Carpaal tunnelsyndroom

Je bent hier:
Mevrouw met carpaal tunnelsyndroom is bij de plastisch chirurg, hij bekijkt haar hand

Plastische chirurgie bij Carpaal tunnelsyndroom Zeeland

Het Carpaal tunnelsyndroom is een aandoening die veroorzaakt wordt door een beknelling van de zenuw in de pols. De zenuw loopt door een tunnel, die aan de bovenzijde wordt afgesloten door een dwarse polsband. Als het bindweefsel in de zenuw gaat zwellen, raakt de zenuw bekneld. De klachten bestaan uit een dof, tintelend of pijnlijk gevoel in de hand en vingers. Ook kan een verdoofd gevoel van de vingertoppen ontstaan en een verminderde kracht waardoor gemakkelijk dingen uit de hand kunnen vallen. De pijn kan uitstralen via de onderarm en elleboog tot in de schouder. De operatie, die door MedCentric Goes wordt uitgevoerd, zorgt ervoor dat de ruimte binnen de carpale tunnel vergroot wordt. Hierdoor krijgt uw zenuw meer ruimt.

Behandeling bij Carpaal tunnelsyndroom

Voorafgaand aan de operatie kan de plastisch chirurg besluiten een aanvullend onderzoek aan te vragen. Dit aanvullend onderzoek bestaat uit een echografie en/ of röntgen foto.

De operatie wordt meestal uitgevoerd onder regionale (plaatselijke) verdoving, waarbij alleen de betreffende arm wordt verdoofd. Indien gewenst kunt u daarbij een slaapmiddel krijgen om u beter te ontspannen.

De verbinding tussen de pink en duimmuis, het dak van de carpale tunnel wordt doorgesneden, waardoor de inhoud en dan vooral de weke zenuw van de beknelling wordt verlost. De operatie duurt ongeveer een kwartier tot een half uur.

Herstelperiode na de behandeling Carpaal tunnelsyndroom

Als u zich goed voelt en de ingreep is zonder complicaties verlopen mag u na de ingreep weer naar huis. De eerste week na de ingreep mogen de wonden niet nat worden.  U hoeft niets aan het verband te doen tot u op controle komt. Zijn er niet-oplosbare hechtingen gebruikt, dan worden deze bij de 1e controle verwijderd.

Het litteken in de handpalm kan enkele maanden gevoelig blijven. U kunt het litteken soepel houden door het -na het verwijderen van de hechtingen- in te smeren met vaseline. De tintelingen in de vingers verdwijnen meestal snel.

Pas na 3 weken mag u de hand weer volledig belasten. U bent zelf verantwoordelijk voor het bepalen van het tijdstip waarop verantwoord autorijden weer mogelijk is. Met de hand in het verband is het in ieder geval sterk af te raden.

Risico’s bij Carpaal tunnelsyndroom

De ingreep zal worden uitgevoerd door een ervaren plastisch chirurg, in samenwerking met eveneens ervaren, gediplomeerde operatieassistenten, in een goed geoutilleerde behandelkamer, zodat u verzekerd bent van een kwalitatief goede behandeling. Toch kunnen zeldzame complicaties optreden.

Zwellingen en bloeduitstortingen

Zoals bij iedere operatie kunnen er in het behandelde gebied zwelling en bloeduitstortingen optreden die na verloop van tijd spontaan verdwijnen. Het risico hierop is groter bij het slikken van bloedverdunners.

Een enkele keer is de hand na de operatie pijnlijk, gezwollen en komt de beweging van de vingers moeilijk op gang. In dergelijke gevallen is nabehandeling door middel van handtherapie nodig.

Een ernstige, maar gelukkig zeer zeldzame complicatie die na een operatie kan optreden en die tevoren niet goed te voorzien is, is de zogenaamde dystrofie van de hand. Er treedt dan zwelling op van de gehele hand, die ook pijnlijk wordt, vooral bij bewegen, terwijl de kleur varieert. Het is van belang dat U bij het optreden van dergelijke verschijnselen zo spoedig mogelijk Uw arts raadpleegt, zodat deze maatregelen kan nemen.

Roken

Nicotine vergroot de kans op problemen bij de wondgenezing. Wij raden u dan ook dringend aan om 8 weken voor (en na) de operatie te stoppen met roken.

Infectie

Bij iedere operatie is er altijd een klein risico op een wondinfectie. De eerste maanden kan het litteken nog hard en gevoelig aanvoelen. Littekens kunnen dik (hypertrofisch) worden of zelfs buiten de begrenzing van het oorspronkelijke litteken gaan groeien en wild vlees geven (keloïd). Deze overmatige littekenvorming wordt vaker gezien bij mensen met een donkere huidskleur. Littekens op een zeer bleke huid blijven soms veel langer rood.

Het kan zijn dat de operatie niet het gewenste resultaat oplevert. Dit kan komen doordat langdurige druk op de zenuw reeds onherstelbare schade aan de zenuw heeft veroorzaakt.

De kans dat de aandoening terugkomt na de operatie is zeer laag.

Behandeling

Behandeling bij Carpaal tunnelsyndroom

Voorafgaand aan de operatie kan de plastisch chirurg besluiten een aanvullend onderzoek aan te vragen. Dit aanvullend onderzoek bestaat uit een echografie en/ of röntgen foto.

De operatie wordt meestal uitgevoerd onder regionale (plaatselijke) verdoving, waarbij alleen de betreffende arm wordt verdoofd. Indien gewenst kunt u daarbij een slaapmiddel krijgen om u beter te ontspannen.

De verbinding tussen de pink en duimmuis, het dak van de carpale tunnel wordt doorgesneden, waardoor de inhoud en dan vooral de weke zenuw van de beknelling wordt verlost. De operatie duurt ongeveer een kwartier tot een half uur.

Herstelperiode

Herstelperiode na de behandeling Carpaal tunnelsyndroom

Als u zich goed voelt en de ingreep is zonder complicaties verlopen mag u na de ingreep weer naar huis. De eerste week na de ingreep mogen de wonden niet nat worden.  U hoeft niets aan het verband te doen tot u op controle komt. Zijn er niet-oplosbare hechtingen gebruikt, dan worden deze bij de 1e controle verwijderd.

Het litteken in de handpalm kan enkele maanden gevoelig blijven. U kunt het litteken soepel houden door het -na het verwijderen van de hechtingen- in te smeren met vaseline. De tintelingen in de vingers verdwijnen meestal snel.

Pas na 3 weken mag u de hand weer volledig belasten. U bent zelf verantwoordelijk voor het bepalen van het tijdstip waarop verantwoord autorijden weer mogelijk is. Met de hand in het verband is het in ieder geval sterk af te raden.

Risico's

Risico’s bij Carpaal tunnelsyndroom

De ingreep zal worden uitgevoerd door een ervaren plastisch chirurg, in samenwerking met eveneens ervaren, gediplomeerde operatieassistenten, in een goed geoutilleerde behandelkamer, zodat u verzekerd bent van een kwalitatief goede behandeling. Toch kunnen zeldzame complicaties optreden.

Zwellingen en bloeduitstortingen

Zoals bij iedere operatie kunnen er in het behandelde gebied zwelling en bloeduitstortingen optreden die na verloop van tijd spontaan verdwijnen. Het risico hierop is groter bij het slikken van bloedverdunners.

Een enkele keer is de hand na de operatie pijnlijk, gezwollen en komt de beweging van de vingers moeilijk op gang. In dergelijke gevallen is nabehandeling door middel van handtherapie nodig.

Een ernstige, maar gelukkig zeer zeldzame complicatie die na een operatie kan optreden en die tevoren niet goed te voorzien is, is de zogenaamde dystrofie van de hand. Er treedt dan zwelling op van de gehele hand, die ook pijnlijk wordt, vooral bij bewegen, terwijl de kleur varieert. Het is van belang dat U bij het optreden van dergelijke verschijnselen zo spoedig mogelijk Uw arts raadpleegt, zodat deze maatregelen kan nemen.

Roken

Nicotine vergroot de kans op problemen bij de wondgenezing. Wij raden u dan ook dringend aan om 8 weken voor (en na) de operatie te stoppen met roken.

Infectie

Bij iedere operatie is er altijd een klein risico op een wondinfectie. De eerste maanden kan het litteken nog hard en gevoelig aanvoelen. Littekens kunnen dik (hypertrofisch) worden of zelfs buiten de begrenzing van het oorspronkelijke litteken gaan groeien en wild vlees geven (keloïd). Deze overmatige littekenvorming wordt vaker gezien bij mensen met een donkere huidskleur. Littekens op een zeer bleke huid blijven soms veel langer rood.

Het kan zijn dat de operatie niet het gewenste resultaat oplevert. Dit kan komen doordat langdurige druk op de zenuw reeds onherstelbare schade aan de zenuw heeft veroorzaakt.

De kans dat de aandoening terugkomt na de operatie is zeer laag.

Veelgestelde vragen

De gespecialiseerde plastisch chirurgen